The Economist van 28 februari heeft het op de voorpagina staan: in 2020 heeft 80% van de volwassenen een supercomputer in de hand. Wat betekent dat voor bedrijven en organisaties?

De groeicijfers zijn indrukwekkend: ze hebben de vorm van een hockeystick. Het aantal zendingen van smartphones was in 2010 nog ca. 200 miljoen, 2014 was het 1.2 miljard. De kosten voor mobiele data was in 2006 nog ca. $ 8 per MB, nu nog maar een paar centen. De hoeveelheid datatransport gaat de komende jaren exploderen.  De penetratiegraad van smartphones gaat naar 100% waarbij het gebruik naar 7x24 uur gaat. Jongeren lopen hierbij voorop maar de oudere generatie rukt op. Mobiele technologie wordt overal toegepast: internet of things zoals wearables, thermostaten en robots.

De omvang en de intensiteit van de toepassing van mobiele technologie heeft impact op bijna alle aspecten van de mens als individueel persoon en sociaal wezen.  Bedrijven en organisaties moeten dus nu echt aan de bak. Wat te doen?

De grootste uitdaging ligt m.i. in de herdefinitie van de relatie tussen de klant/cliënt/patiënt en het bedrijf/de organisatie/de instelling. Dit raakt immers het bestaansrecht van het bedrijf/de organisatie/de instelling. Het klantcontact verandert revolutionair omdat de klant een supercomputer altijd en overal bij zich heeft en dus altijd en overal super geïnformeerd is. De uitdaging voor bedrijven is te zorgen dat ook te zijn voor hun klanten.  De hockeystick gaat het bedrijfsleven en de overheid nu echt raken. Maar waar en hoe?

Dat is puzzelen.

Let’s talk.

Fons Borm